Nieuws | Algemene informatie | Agenda | Competitie | Geschiedenis | Sponsor NSVG | Links | Colofon

 


Doelstelling
Lid worden van de NSVG
Hoe schaken visueel gehandicapten
Schaakles geven
NSVG shop
Schaakboeken
Ratinglijst

Schaakles geven aan visueel gehandicapten kinderen

1. Introductie

De schaaksport is uitstekend te beoefenen door slechtziende en blinde kinderen. En in de praktijk zul je als schaaktrainer snel ontdekken dat het lesgeven aan visueel gehandicapten niet veel moeilijker of heel erg anders is, dan het schaakles geven aan kinderen die goed kunnen zien. Visueel gehandicapte kinderen zijn gewoon kinderen, die netzo stout en netzo lief zullen zijn als kinderen die goed kunnen zien. Benader ze en behandel ze dus als "normale" kinderen. In dit artikel staan we stil bij enkele knelpunten, die je mogelijk kunt tegenkomen en geven we een paar algemene tips bij het lesgeven aan visueel gehandicapten. We zijn ons ervan bewust dat de problemen die we hier zullen aanstippen, helemaal niet bij alle visueel gehandicapte kinderen hoeven voor te komen en wellicht loop je tegen situaties op, die hier helemaal niet beschreven worden. Dit artikel is alleen bedoeld om enkele wenken te geven, die de opstart van de schaaklessen wellicht kan versoepelen. We willen zeer zeker niet pretenderen volledig of alwetend te zijn. Onze tips zijn gebaseerd op praktijk ervaring, opgedaan bij het schaakonderricht aan blinde en slechtziende kinderen. En wanneer je uit eigen ervaring, aanvullende tips hebt, zijn we hierin erg geïnteresseerd en horen wij die graag.

2. Hoeveel ziet het kind nog?

De meeste visueel gehandicapten hebben nog een rest-visus. De verschillen in oogafwijkingen zijn echter zeer divers. Sommigen zien beter met goed licht, anderen zien juist slechter bij fel, direct licht. Mensen met een koker-visus kunnen binnen een zeer beperkt gebied, soms enkele centimeters, goed zien, maar zullen veel moeite hebben met het krijgen van een totaal overzicht van het bord en anderen zien misschien wel het totale bord, maar slechts vaag. Zoveel mensen, zoveel verschillen in visuele handicap. Het is zelfs mogelijk dat wat iemand vandaag kan zien, hij plotseling de week erop moeilijk of niet ziet. Lichtinval, vermoeidheid, contrast van kleuren, het heeft allemaal invloed. Als het kind helemaal niets meer ziet, is dit op zich het eenvoudigste. Je zult samen met de leerling proefondervindelijk moeten ontdekken wat voor jullie het prettigste werkt.

3. Aangepast schaakmateriaal

Er zijn aangepaste schaakborden en schaakklokken te koop bij de Sbs. Op die schaakborden zijn de zwarte velden verhoogd ten opzichte van de witte velden en de zwarte stukken zijn voorzien van een spijkertje om ze te kunnen onderscheiden van de witte stukken. Bord en stukken hebben een pen-en-gat constructie om te voorkomen dat de stukken verplaatsen of omvallen wanneer er met de handen aan gevoeld wordt. De borden zijn er in twee formaten: 36 bij 36 cm en 20 bij 20 cm. De ervaring leert, dat de meeste slechtzienden liever met het grotere bord spelen. Het is voor sommige slechtzienden prettig, wanneer je de zwarte stukken ook nog eens van een fel contrast voorziet (b.v. een rode stip op de zwarte stukken) of de witte velden i.p.v. de lichte houtkleur, echt spierwit schildert.

Alle, meer ervaren blinde schakers, spelen liever met het kleine 20 bij 20 bord. Het overzicht op dit bordje is beter en het is eenvoudiger om het kleine bordje snel helemaal af te voelen. Het is daarom handig, om blinde kinderen, meteen aan het kleine bordje te leren wennen. Het kan handig zijn om de zwarte stukken (b.v. met behulp van zand en zwarte verf) extra ruw te maken, waardoor het contrast met de witte stukken duidelijker voelbaar wordt (met name bij het zwarte paard wil het spijkertje nog wel eens over het hoofd gezien worden). De aangepaste schaakklok is een klok waarbij het glazen ruitje verwijderd is en de tijdsindicatie d.m.v. voelbare punten aangegeven wordt. Het vallen van de vlag is hoorbaar, doordat er een veertje aan het vlaggetje zit, waardoor er een tik te horen is als de vlag "valt".

Het noteren van de zetten tijdens toernooien wordt meestal d.m.v. een memorecorder gedaan. Sommigen gebruiken hiernaast een telraam o.i.d. om het aantal zetten bij te houden. Noteren in braille is ook toegestaan tijdens partijen, maar kost de speler doorgaans meer tijd dan het inspreken op een cassettebandje. Alleen voor slechtzienden met voldoende rest-visus om, voor zichzelf en anderen, leesbaar zwartschrift te produceren, is gebruik van standaard notatieformulieren een optie.

Bij toernooien is het voor visueel gehandicapten verplicht om met aangepast schaakmateriaal te spelen. In het FIDE-reglement tref je in appendix F de extra regels aan die van toepassing zijn bij deelname van visueel gehandicapten aan toernooien.

4. Diagrammen

Sommige visueel gehandicapten zullen, al dan niet met een loep of bril, nog met gewone diagrammen kunnen werken. Bij veel slechtzienden zal het echter nodig zijn om het diagram op A4 of zelfs A3 formaat uit te vergroten. Om deze kopieën van de diagrammen van de "stappenmethode" te mogen maken, zul je toestemming moeten vragen aan de auteurs, maar de ervaring leert, dat deze toestemming doorgaans wel wordt gegeven, wanneer je de reden toelicht. De blinden bibliotheken houden Arial 18 vet aan, voor de vergroting van tekst voor slechtzienden.

Helaas bestaan er tot nu toe nog geen voelbare diagrammen. Wanneer het kind niet genoeg ziet om zwartschrift diagrammen te kunnen lezen, zul je de stellingen dus zelf op het bord moeten zetten. Zodra de kinderen met coördinaten kunnen werken, zouden ze in principe de stellingen zelf kunnen opzetten, wanneer je de stelling opleest, maar de praktijk leert, dat dit veel meer tijd kost en niet prettig werkt voor het blinde kind en stukken bovendien vaak op de verkeerde plaats belanden. Dit wordt nog versterkt, wanneer het kind de stelling in braille uitgeschreven of op cassette ingesproken krijgt en deze op het bord moet zetten, aangezien de handen om te kunnen lezen of de recorder te bedienen, telkens het bord moeten verlaten en bij terugkeer op het bord het hele oriëntatie proces weer opnieuw moet beginnen. Zelf de stellingen opzetten voor het blinde of zeer slechtziende kind, is dus verreweg de prettigste methode. Een blinde zal bovendien sowieso al meer tijd nodig hebben om het bord te overzien en met name bij stellingen die geen logisch gevolg van een partij zijn, zul je ontdekken dat blinden vaak stukken "over het hoofd zien". Vermijd daarom "dubbele" stellingen, waarbij twee problemen op één bord geplaatst worden. (Ze komen nog wel eens voor in de stappen 1 en 2.) Het laten omzetten van teksten in braille door de blinden bibliotheken is zeer kostbaar en tijdrovend. Bij kleine stukken tekst is het daarom handiger om zelf e.e.a. voor te lezen op een cassette bandje of contact op te nemen met de NSVG, zodat zij kunnen kijken of er iemand met een braille printer bij je in de buurt woont.
5. Algemene tips bij de start
Als je blinde kinderen leert schaken, geef ze dan de schaakstukken eerst in handen, zodat ze kunnen voelen hoe het stuk eruit ziet. Noem hierbij markante, voelbare kenmerken, waaraan ze kunnen herkennen met welk stuk ze van doen hebben. Kinderen die vanaf hun geboorte blind zijn, zullen het paard of de toren bijvoorbeeld niet altijd automatisch herkennen als paard of toren. Markante kenmerken zijn b.v.:

  • Het paard heeft twee puntjes op zijn kop (zijn oren)
  • De loper heeft een gleufje in zijn kop (in het begin wordt hij mogelijk makkelijk verwardmet de pion);

Besteed veel aandacht aan het wegwijs worden op het bord en introduceer de coördinaten zo vroeg mogelijk. Bedenk dat blinden slechts een heel klein stukje van het bord per keer kunnen zien (voelen). Om het midden van het bord te vinden, zullen ze de velden moeten tellen. Een snel overzicht van het bord of het volgen van lijnen is hierdoor moeilijker, dan wanneer je e.e.a. in één oog opslag ziet. Dit zul je vaak merken, doordat veel blinden moeite hebben met het inschatten waar het paard heen kan springen, stukken buiten het centrum over het hoofd zien, de lange diagonalen van lopers verkeerd inschatten e.d. Dit zal naarmate het kind meer schaakervaring krijgt, beter gaan. Maar zelfs de meer ervaren blinde schaker, zal sneller geneigd zijn om "dat lastige paard" af te ruilen, dan zijn ziende counterpart.

Het is daarom zeer nuttig om vroeg met "blind-schaak" oefeningen te beginnen. Door het gebrekkige overzicht, is het voor de visueel gehandicapte van essentieel belang om in staat te zijn een beeld van het bord in het hoofd te vormen.

Bij blinde kinderen, kun je aan de handen zien, waar ze aan denken. Dit is handig, aangezien je hieraan kunt zien of het kind aan de juiste combinatie zit te denken. Leer het kind vanaf het begin aan, dat het een stuk pas uit het gaatje mag halen, wanneer het stuk ook werkelijk een zet doet. Dit zal in het begin lastig zijn, omdat veel beginnende blinde schakers pas een voorstelling van de situatie hebben, wanneer het stuk daadwerkelijk op het betreffende veld staat. Eenmaal aangeleerd is deze slechte gewoonte echter moeilijk af te leren en tijdens toernooien is het verboden om stukken van hun plaats te halen en weer terug te zetten.
Slechtziende kinderen zullen in mindere mate tegen bovengenoemde problemen aanlopen, maar ook bij hen blijft een goed overzicht van het bord een knelpunt. Eigenlijk verschilt dat overigens niet veel van goed ziende kinderen, die hebben ook in het begin de neiging om maar naar een klein stukje van het bord te kijken, maar bij visueel gehandicapten heb je langer te maken met dit probleem.

Leer de blinde en slechtziende kinderen zo snel mogelijk met coördinaten te werken. Het noemen van de coördinaten is de enige manier om snel een punt op het bord te kunnen aanwijzen. Alleen wanneer het kind goed met coördinaten kan werken, zal het kind in staat zijn klassikale schaaklessen met ziende kinderen te kunnen volgen. Uiteraard zal de leraar in een dergelijk geval zelf wel de discipline moeten opbrengen om, wanneer hij een veld aanwijst voor de andere kinderen, tege lijkertijd de coördinaten te noemen, zowel van de velden waar hij over praat, als van de stukken. En tenslotte zal het kind, wanneer het in toernooien gaat spelen, zijn zetten d.m.v. het noemen van de coördinaten, aan zijn tegenstander moeten doorgeven (er wordt in toernooien altijd op twee borden gespeeld, zodat de visueel gehandicapte het bord kan blijven bekijken, zonder dat ziende tegenspeler gehinderd wordt door de handen op het bord).

Probeer niet angstvallig de woorden "kijken" en "zien" te vermijden. Een paard op f3 kijkt nu eenmaal naar d4 en e5, ook als je niet kunt zien. En ook een blinde zal ge woon zeggen dat hij of zij iets "niet heeft gezien" of "iets over het hoofd heeft gezien" als er een stuk wordt weggegeven.

6. Aangepaste lectuur

De hoeveelheid schaakboeken in grootletter en/of braille is momenteel helaas nog zeer beperkt. De NSVG heeft de serie Lekker Schaken laten omzetten in aangepaste vorm en ze heeft een beperkt aantal boeken in braille, grootletter en op cassette in haar eigen uitleen collectie. En bij de Nederlandse Luister en Braille Bibliotheek is het boek "Oordeel en Plan" sinds kort in braille verkrijgbaar. Je zult dus hoofdzakelijk aangewezen zijn op eigen knutsel-/vergroot werk. Vergeet niet de copyrighthouders hierbij om toestemming te vragen voor je kopieeractiviteiten!

7. Meer informatie

Mocht je na het lezen van bovenstaande nog vragen hebben of tijdens het lesgeven op problemen stuiten, aarzel dan niet contact met ons op te nemen.

8. Jeugdschaak voor blinden en slechtzienden

Voor vragen over het les geven aan visueel gehandicapte kinderen kun je terecht bij  Martien Boerefijn ( zie contactgegevens)


Tekst:© 2004-06-21 R. v. Aurich / K. Hoogenraad

terug naar begin van de pagina